Vergeten Verleden
   


Rode en Witte Terreur in Hongarije

Na het einde van de Eerste wereldoorlog viel het Oostenrijk-Hongaars Keizerrijk uiteen. Vooral in Hongarije was het streven naar onafhankelijkheid al geruime tijd aanwezig. Op 16 november 1918 werd een nieuwe Hongaarse Republiek uitgeroepen. Het hoofd van de voormalige oppositie in het land Graaf Károlyi werd gekozen tot president. Károlyi was geen sterke figuur, een dromer. Hij moest opboksen tegen een steeds sterkere arbeidersbeweging, gestimuleerd door de revolutie in Rusland. Als conservatief weigerde hij een landhervormingsprogramma door te voeren. Op diplomatiek vlak moest hij vechten tegen de de wensen van de geallieerde overwinnaars om Hongaars grondgebied aan Roemenië, Tsjecho-Slowakije en Joegoslavië te geven.

In deze gespannen tijd deed Bela Kun zijn intrede in de Hongaarse nationale politiek.
Bela Kun werd in 1886 geboren in Transylvanië. Op de universiteit werd hij lid van de sociaal-democraten. Hij verhuisde naar Boedapest en richtte een marxistisch getint dagblad op. Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende hij in het Oostenrijk-Hongaars leger en werd door de Russen krijgsgevangen gemaakt. Tijdens zijn jarenlange gevangenschap werd hij bekeerd tot het marxisme. Zijn overtuigingen waren zo sterk dat hij kennis kon maken met Lenin.

Op 4 november 1918 werd onder leiding van Bela Kun in een Moskous hotel de Hongaarse Communistische Partij opgericht.
In december 1918 werd hij, samen met vele anderen, naar Hongarije gestuurd om daar een communistische revolutie te starten. Hij begon opnieuw een dagblad dat vooral president Károlyi aanviel. De partij van Kun kreeg veel steun. De partij had binnen enkele maanden vele tienduizenden leden, waaronder jonge intellectuelen en werkloze ex-soldaten.
Omdat volgens de politie  Bela Kun aanzette tot rellen, werd hij op bevel van Károlyi gevangen gezet. Zij populariteit steeg verder na een artikel in de pers waarin stond dat Bela Kun mishandeld was door de politie. Vanuit zijn cel bleef hij leiding geven aan de communistische partij.

Károlyi kwam ondertussen steeds meer onder druk te staan doordat Roemenië en Tsjecho-Slowakije grote delen van Hongarije hadden bezet. De geallieerden eisten steeds mee territoriale concessies van Hongarije. Bela Kun wist Károlyi te overtuigen dat wanneer er een nieuwe regering gevormd zou worden hij, Bela Kun, Moskou zou kunnen overhalen om Hongarije militair te hulp te schieten. Bela Kun werd vrijgelaten en op 21 maart 1919 werd een regering gevormd van sociaal-democraten en communisten. Hij beloofde dat Hongarije zijn oorspronkelijke grenzen terug zou krijgen.

Bela Kun begon met de onderdrukking van een opstand van de nationalistische oppositie en vormde daarna een Hongaars rood leger. Kun werkte al snel de sociaal-democraten uit de regering en riep op 25 juni 1919 een Dictatuur van het Proletariaat uit. Hij voerde het algemeen kiesrecht in, behalve voor een aantal groepen, zoals de geestelijkheid.  Minderheden kregen recht op hun eigen taal en cultuur. Hij nationaliseerde industriële en commerciële ondernemingen. Socialiseerde huizen, vervoer, banken, gezondheidszorg, culturele instellingen. Hij nationaliseerde  grondbezit groter dan 40,5 hectare. Dit kostte hem veel steun onder de kleine boeren die gehoopt hadden op een verdeling van de grond. Het rode leger trad hard op tegen iedereen die zich tegen de plannen van Kun verzette. Revolutionaire rechtbanken veroordeelden 590 mensen ter dood wegens misdaden tegen de revolutie. De minister van Landbouw reisde in vuurrood geschilderde trein door Hongarije om de boeren te bewegen het nieuwe regime te accepten. Het ging daarbij niet zachtzinnig toe. Zoals sommige revolutionairen zeiden: "Zonder bloed is er geen terreur en zonder terreur is er geen dictatuur".

In mei 1919 trok het Hongaarse rode leger Slowakije binnen om Hongaars sprekende gebieden weer bij Hongarije te voegen. Ondanks zijn militaire successen werd hij door de geallieerden gedwongen het land weer te verlaten. Bela Kun verloor hierdoor verder steun in Hongarije. Hij richtte zich daarna op Roemenië, dat ook dat ook Hongaars sprekende gebieden bezet hield. Intussen was een tegenregering gevormd in Szeged in zuid Hongarije, onder leiding van admiraal Horthy.
De Roemen wierpen het leger van Bela Kun terug en zij trokken al plunderend naar Boedapest. Bela Kun trad op 1 augustus 1919 af en vluchtte naar Wenen.
De Roemen eisten  voor hun interventie o.a. een derde van alle locomotieven en spoorwagons, een derde van al het vee en eenderde van alle landbouwmachines. Protesten van de geallieerden tegen deze inbeslagname hadden geen effect. 

In Boedapest werd een militante autoritaire regering gevormd die direct begon met een Witte Terreur. Communisten, socialisten, joden, linkse intellectuelen en aanhangers van Károlyi en Kun werden zonder proces gevangen gezet, gemarteld en geëxecuteerd. Meer dan 5000 mensen werden geëxecuteerd en 75.000 werden gevangen gezet. Vele tienduizenden Hongaren verlieten het land.
De Hongaars kunstenaar Biró maakte een serie tekeningen van de Witte Terreur, waarvan hier een voorbeeld.

In 1920 werd Hongarije weer een koninkrijk, maar de koning mocht niet terug komen. In plaats daarvan werd Horthy benoemd tot regent. Horthy zou in de tweede wereldoorlog de kant kiezen van de nazi's.

Bela Kun verdween via Wenen naar Rusland en werd aanhanger van Trotsky. Tijdens de Stalinistische processen werd hij veroordeeld en in 1937 geëxecuteerd.