|
De
slachting in Hama, Syrië
Door het Israelisch-Palestijns conflict krijgen andere
gebeurtenissen in het Midden-Oosten weinig of geen aandacht. Een
massamoord door president Hafez Assad van Syrie in 1980, heeft nauwelijks
aandacht getrokken, hoewel tienduizenden mensen werden gedood.
In
1970 kwam Hafez Assad door een staatsgreep aan de macht in Syrië.
Een jaar later werd hij tot president gekozen. Assad behoorde tot de
religieuze groep van Alawieten, die tegelijkertijd etnische groep vormen.
De Alawitische religie is een mengeling van christelijke, islamitische,
heidense en gnostische elementen. Hun religieuze feesten omvatten
Perzische en christelijke feestdagen, zoals Pasen. Ze zouden onder meer
geloven dat vrouwen geen ziel hebben. Zij noemen zichzelf
Islamitisch, maar de meerheid van de Islam ontkent dit. De Alawieten
werden door d e eeuwen heen sterk vervolgd door de Sunni moslims. Zij
vormen in Syrië ruim 13% van de bevolking.
Met Assad als president werd kregen de Alawieten de macht in Syrië in
handen. Het leger, maar ook andere militaire en paramilitaire organisaties
worden beheerst door de Alawieten.
Met name de extreme Moslim Broederschap in Syrië
verzette zich tegen de Alawieten en hun machtspositie. Zij verzetten zich
vooral tegen de politieke aspiraties van Assad. Toen Assad in de
burgeroorlog in Libanon in 1976 de kant koos van de christelijke
maronieten, ontstak de Broederschap in woede en het conflict met Assad
verscherpte zich. In 1979 vermoordde de Broederschap 83 Alawitische leger
cadetten. In het kielzog van de islamitische revolutie in Iran
braken in 1980 opstanden en rellen uit in verschillende plaatsen in Syrië,
waaronder Hama. Een lid van de Moslim Broederschap pleegde op 26 juni een
mislukte aanslag op Assad. Het parlement van Syrië maakte vervolgens het
lidmaatschap van de Moslim Broederschap een halsmisdaad.
In 1982 brak opnieuw een opstand van de Moslim
Broederschap uit in Hama. Assad besloot eens en vooral een einde te maken
aan de opstanden van de Moslim Broederschap en stuurde het reguliere leger
en verschillende specialiseerde eenheden naar Hama. De stad werd van de
buitenwereld afgesloten. Men probeerde eerst de leden van de Moslim
broederschap op te pakken, maar dit mislukte omdat grotere delen van de
bevolking van de stad de broederschap ondersteunden. Assad besloot daarop
zowel de Broederschap als de bevolking te straffen. Van 2 februari 1982
tot begin maart werd de stad beschoten met artillerie en trokken de
regeringseenheden de stad in om mensen te vermoorden. Een derde van de
stad werd letterlijk geheel met de grond gelijk gemaakt. Na de
beschietingen werden bulldozer ingezet om alles vlak te maken. Tussen de
20.000 en 40.000 mannen, vrouwen en kinderen verloren het leven in de
beschietingen en in gerichte acties van de militaire eenheden.
De eenheden die aan de acties hadden deelgenomen werden beloond en hun
commandanten kregen promotie. De oppositie van de moslim broederschap was
definitief gebroken.
Het gebrek aan aandacht voor deze massamoord komt misschien voort uit de
tevredenheid van velen dat de macht van de extremistische moslims was
gebroken. Maar leden van het broederschap trokken naar Libanon en sloten
zich later aan bij terroristische groeperingen.
|