Vergeten Verleden
     

Pokken en de epidemie van 1870-1873

Pokken is een duizenden jaar oude virusziekte. Waar deze zeer besmettelijke ziekte precies is ontstaan is niet bekend. Het Indiase subcontinent wordt wel genoemd maar ook het gebied rond de Middellandse Zee. Volgens een aantal wetenschappers is Farao Ramses V, die rond 1143 voor Christus leefde, een van de eerst bekende slachtoffers van de pokken. 
De pokken gedijen goed in bevolkingscentra en in gebieden die nooit eerder met de pokken te maken hebben gehad.
De pokken kwamen in het begin van onze jaartelling met Romeinse soldaten  naar Europa. In de vierde eeuw brachten de Hunnen de ziekte opnieuw mee. 
De pokken vormden tot de Middeleeuwen geen grote bedreiging. De ziekte zou pas verder verspreid worden door de terugkerende kruisvaarders. Het pokken virus was nog niet virulent  Veel mensen kregen de pokken, maar velen raakten ook immuun voor de ziekte. De aantallen slachtoffers van de pokken vielen in het niet bij die van de Zwarte Dood. De pokken veroorzaakten geen ontwrichting de Europese samenleving.
Niet in Europa, maar in Amerika zou de pokken een verwoestende uitwerking hebben.

Pokken wordt voornamelijk veroorzaakt door twee soorten virussen: de variola major en de variola minor. Van diegenen die geÔnfecteerd zijn door de variola major sterft ongeveer 20%, tegen 2% die een variola minor infectie hebben opgelopen.  Vooral kinderen zijn gevoelig voor het virus. In Europa werd pokken lange tijd gezien als een kinderziekte. In de achttiende eeuw was de pokken in Nederland verantwoordelijk voor 40% van de kindersterfte van kinderen tussen een en tien jaar.

Het virus wordt verspreid door menselijk contact. Vooral door het inademen van het virus. Een paar druppels zijn al genoeg om geÔnfecteerd te raken. Twee weken na de besmetting krijgt de geÔnfecteerde hoge koorts, spierpijn, andere pijnen, hallucinaties, sufheid en duizeligheid. Na drie dagen koorts ontstaat uitslag over het hele lichaam. Het lijken eerste rode stippen, maar deze veranderen in blaren. De blaren vullen zich na enkele dagen met etter. Gaat de persoon dan niet dood dan droogt de etter langzaam op en vallen de korsten na een paar weken af en laten vaak littekens achter. De persoon is gepokt en daardoor immuun geworden voor de ziekte.
Het pokken virus is zeer stabiel en heeft zich in honderden jaren nauwelijks veranderd.

De Spanjaarden brachten het pokkenvirus met zich mee naar Amerika. Het eerste geval van pokken deed zich voor in Hispaniola (nu HaÔti) in 1519. De oorspronkelijke Amerikanen werden vooral het slachtoffer omdat pokken niet voorkwam in dit werelddeel. Zij waren dus erg bevattelijk voor het virus. Vanuit HaÔti verspreide de infectie zich in het zuiden naar de Mexicaanse Azteken, de Inca's, de Maya's en het naar het Amazone gebied. In Noord Amerika ging het via Florida en de Mississippi naar geheel Noord Amerika. De pokken richtten een ware slachting aan: van de volkeren in Centraal Amerika overleefde slechts 10% de pokken.  Er ontstond een gebrek aan arbeidskrachten voor de bedrijven van de Europese kolonisten. Om het tekort op te heffen werden slaven ingevoerd uit Afrika.

De pokken die in Europa tot dan toe vrij milde vormen had aangenomen werd eind zestiende eeuw virulent. Waarschijnlijk is vanuit Amerika een gemuteerde vorm geÔntroduceerd en wellicht kwam ook Amerika via de zwarte slaven uit Afrika een andere vorm van pokken Europa binnen. De top van de ziekte werd in Europa bereikt in de achttiende eeuw, die daarom ook wel de eeuw van de pokken werd genoemd. Er was in die tijd ook meer aandacht voor de pokken omdat de zwarte dood eindelijk Europa had verlaten en geen slachtoffers meer maakte. De pokken maakt, zoals wel eens gedacht wordt geen onderscheid door arm en rijk. Natuurlijk zijn de rijke en koninklijke slachtoffers meer bekend, want daar werd over geschreven en niet over de gewone mensen, want daar was niemand in geÔnteresseerd. Bekende koninklijke slachtoffers in Europa waren Peter de Grote van Rusland en Lodewijk XV uit Frankrijk. In Nederland overleed de vader van stadhouder Willem III aan de pokken, evenals zijn moeder en zijn vrouw Mary Stuart.

In de achttiende eeuw was er meer systematische aandacht voor de bestrijding van de pokken. Door de ideeŽn van de Verlichting geloofden mensen steeds meer dat zij zelf het heft in handen konden nemen en niet meer moesten wachten op een goddelijk ingrijpen.
Bekend werd dat in Afrika en AziŽ, mensen soms opzettelijk werden besmet met de etter van een pokkenlijder en dat deze daarna immuun waren voor de ziekte. Deze variolatie (genoemd naar het variola of pokken virus) nam in Europa en Noord Amerika een grote vlucht. Een vervelende bijkomstigheid van deze methode was dat een groot deel van de mensen na variolatie toch stierf en dat zij andere mensen konden besmetten. De Engelse arts Edward Jenner ontdekte eind achttiende eeuw dat mensen die koepokken hadden gehad, immuun waren geworden voor de menselijke pokken. Hij vaccineerde een aantal proefpersonen met zeer positief resultaat. Er was echter veel verzet tegen vaccinatie, omdat dierlijk materiaal in de mensen werd ingespoten. Zo beweerde en engelse dame dat haar dochter nadat zij was ingeŽnt, haar op haar lichaam kreeg en dat zij ging loeien. De chirurgijns die de variolatie verzorgden waren uiteraard ook tegen vaccinatie omdat zij hun broodwinning verloren zagen gaan. 

De vaccinatie verdrong de variolatie en in de negentiende eeuw werd op grote schaal ingeŽnt. Het aantal pokkenslachtoffers daalde sterk. Maar de ziekte was nog niet verdwenen. In de negentiende eeuw stierven jaarlijks in Nederland enkele honderden mensen aan de pokken, voornamelijk in de grote steden. Maar de virusziekte zou nog een keer hard toeslaan.
In  juli 1870 brak een oorlog uit tussen Frankrijk en Pruisen. Toen de oorlog begon was vaccinatie van burgers in Frankrijk geheel vrijwillig, evenals van de burger in Noord Duitsland. In de zuid Duitse gebieden werden kinderen verplicht ingeŽnt. Pokken kwamen in Frankrijk nog veel voor. Door mobilisatie, troepen bewegingen naar de fronten en de vlucht van duizenden Parijzenaren naar het platteland zorgde voor een verspreiding van de pokken. De Duitsers, die de oorlog snel wonnen, brachten franse krijgsgevangenen over naar verschillende plaatsen in Duitsland. Zowel in Frankrijk als in Duitsland hadden deze verplaatsing van mensen een grote pokken epidemie tot gevolg. In Duitsland gebeurde de besmetting deels via burgers die de kleding van dode franse soldaten meenamen. De epidemie verspreidde zich over westen en midden Europa en bereikte ook andere werelddelen. In totaal eiste de epidemie in Europa ruim een half miljoen slachtoffers. In Nederland eiste de pokken epidemie in 1870 als 706 slachtoffers. In het jaar daarop was het aantal gestegen tot 15.787 doden. In 1872 daalde het aantal tot 3731 en bereikte in 1874 het gebruikelijk peil van enkele honderden. Het waren vooral kinderen die het slachtoffer waren van deze epidemie.

Na deze epidemie werd de vaccinatie in Europa voortvarend aangepakt. Het aantal sterfgevallen door pokken daalde dramatisch in de twintigste eeuw. Buiten de westerse wereld bleef de pokken nog lang heersen. Maar door vaccinatie en door isolatie van geconstateerde pokkengevallen kon het aantal slachtoffers worden teruggedrongen. In 1979 stelde de Wereldgezondheids Organisatie vast dat de pokken was uitgeroeid. Het pokken virus zou alleen nog voor onderzoeksdoeleinden in Rusland en de USA aanwezig zijn. Waarschijnlijk hebben ook andere landen en organisaties het pokkenvirus tot hun beschikking en het kan niet worden uitgesloten dat zij het virus als biologisch wapen kunnen inzetten.