|
||||||||
|
In
1949 reden er 4000 bromfietsen in Nederland. Vijf jaar later waren dit er
bijna 400.000 en in 1960 ruim 1,1 miljoen. Begin jaren vijftig was de
bromfiets nog duidelijk een rijwiel met hulpmotor, zoals ze toen officieel
heten. De handige doe-het-zelver kon een Rex bromfiets pakket kopen en
zelf de motor en toebehoren op een fiets monteren. Al snel kwam er een
breed scala van bromfietsen op de markt, die er in de loop van de jaren
vijftig steeds meer uit gingen zien als De
betekenis van de bromfiets voor de bevolking op het platteland was groot.
Voor het eerst kon men zonder extra inspanning verder reizen. Werk in een
andere plaats werd plotseling mogelijk. Men kon vaker op bezoek gaan bij
familie en kennissen die verder weg woonden en gemakkelijker andere
plaatsen bezoeken. Een nadeel was dat de bromfiets toch eigenlijk maar
voor één persoon was en de hele familie er nog niet van kon profiteren.
De bromfiets openende niettemin een nieuwe wereld voor de
plattelandsbevolking. Er
werd veel naar de radio geluisterd in de jaren vijftig. Een
belangrijke moment was de introductie van de draagbare transistor radio in
1957. Nu waren de gezinsleden niet meer afhankelijk van één radio, men
kon nu op verschillende plaatse in huis naar andere programma’s luisteren. Vooral voor
jongeren was de Om
te ontsnappen aan de soms wat gezapige programma’s van Hilversum werd
ook geluisterd naar “geheime zenders”. Deze speelden vaak grammofoonplaten die geliefd
waren bij het publiek, maar niet op de Hilversumse zenders waren te horen.De
Hilversumse zenders had weinig aandacht voor de smaak van het grote
publiek. Zo weigerde de VARA midden jaren vijftig liedjes van Johnny
Jordaan uit te zenden. De omroepen wilden de mensen opvoeden omdat zij
dachten te weten wat goed was voor de gewone man. De
Bonte Dindagavondtrein bleef populair, evenals Showboat, de Steravonden en
Negen heit de klok. Spelletjes als Mastklimmen, Het hangt aan de muur en
tikt en De
lichte muziek kwam er maar bekaaid af. In 1958 werd, afhankelijk van de
omroep, tussen de 24 % en 49% van de tijd besteed aan deze categorie en dat
was ook nog inclusief operettes, dansmuziek, cabaret en
streekuitzendingen. Voor muziek voor jongeren was weinig aandacht. Dat
veranderde met het populaire programma Tijd voor Teenagers dat in 1955 van
start ging. Maar jongeren bleven voor muziek dat hen aansprak toch vooral
aangewezen op buitenlandse zenders. Vanaf 1960 luisterden ze veel naar de
piratenzender Veronica die de hele dag popmuziek uitzond. Veranderende
opvattingen Een zaak als zondagsrust was in de jaren vijftig een zeer serieuze aangelegenheid. In de tweede Kamer werd in 1953 bij de behandeling van een nieuw wetsontwerp over de zondagsrust heftig gedebatteerd over de vraag of het luiden van kerkklokken op zondag niet in strijd was met de zondagsrust. Een parlementslid vroeg zich sarcastisch af of Abe Lenstra op zondag wel een doelpunt mocht maken, omdat dat gejuich zou oproepen wat in strijd was met de zondagsrust. Een serieuzer gevolg van het strikt vasthouden aan de zondagrust was de na de waternoodramp in 1953 de hulpverlening pas laat op gang kwam omdat de ramp op zondag plaats vond. Maar de jongeren hadden
andere ideeën. Men wilde meer vrijheid en een meer ontspannend leven. Ze
rebelleerden tegen de saaiheid van het dagelijks bestaan. Men wilde iets
nieuws. De plusfour en de slipover hadden afgedaan. Er kwamen
spijkerbroeken en de jongens liepen met vetkuiven of bebop haar en droegen
houtje-touwtje jassen. De meisjes droegen petticoats en strakke truitjes.
Dit tot grote ontzetting van de ouders. De populair wordende jazz en rock
en roll werden gezien als moreel verwerpelijk en men vreesde normvervaging
onder de jeugd. Jonge kinderen lazen Donald Duck en iets ouderen Dick Bos.
Men vreesde dat stripverhalen tot verderf zouden leiden. Ouderen
luisterden hoofdschuddend naar Elvis Presley en andere rock & roll
artiesten. Af en toe grepen de gezagsdragers drastisch in. De film Rock
Around the Clock van Bill Haley werd op verschillende plaatsen verboden en
zelfs een uitvoering van de brave Dutch Swing College Band werd verboden.
Er begon een duidelijke kloof te ontstaan tussen de jongeren met een eigen
cultuur en de ouderen in de samenleving. In de jaren zestig zou de
jeugdcultuur nog sterker worden, maar tegelijkertijd veranderden in de
tweede helft van de zestiger jaren ook de opvattingen van de ouderen. De
televisie en de auto zouden daar een belangrijke bijdrage aan leveren.
|
||||||||