Vergeten Verleden
   


Woestijnvos Erwin Rommel en zijn vriendin

De Duitse Veldmaarschalk Erwin Rommel is altijd gezien als een conventioneel man, die gelukkig getrouwd was met Lucie. Ze hadden samen een zoon, Manfred. Door zijn kwaliteiten in de woestijnoorlog 1941/42 stond hij bekend als de Woestijnvos, de leider van het Duitse Afrika Korps. Zowel bij Hitler als bij zijn manschappen was hij zeer geliefd. Hij was altijd aanwezig aan het front zelf Hij was een geduchte tegenstander van de Engelsen die hij een aantal keren versloeg. Pas bij de slag om El Alamein dolf het definitief het onderspit. Een aantal historici wijt dit aan de gedeeltelijk afwezigheid van Rommel bij de slag. Hij lag in het ziekenhuis in Berlijn met maagklachten.

Rommel was nooit lid van de Nazi partij, maar hij was wel een bewonderaar van Hitler en was zeer loyaal aan hem. Pas na de geallieerde invasie in Normandië, begon hij te twijfelen aan de strategie van Hitler en vroeg hem, uiteraard te vergeefs,  de oorlog te beëindigen. Rommel was op de hoogte van de plannen van enkele hoge militairen om een aanslag op Hitler te plegen, maar hij maakte zelf geen deel uit van het complot. Na de mislukte aanslag op Hitler op 20 juli 1944, noemde een van de gearresteerde generaals Rommels' naam. Rommel werd voor de keus gesteld: een proces wegens hoogverraad of zelfmoord met een gifpil. Rommel koos voor het laatste en hij stief in 1944 op 53 jarige leeftijd. Het Duitse volk werd verteld dat Rommel was overleden aan de gevolgen van de verwondingen die hij bij een bombardement had opgelopen. Hij werd met militair eer begraven, zodat de mythe in stand bleef dat Rommel een loyale generaal was.

Maar Rommel had ook een lichtgrijze bladzijde in zijn leven. Rommel leerde in 1911 in Danzig zijn latere vrouw Lucie Mollin kennen. Tijdens een tijdelijke overplaatsing naar Weingarten ontmoette hij Walburga Stemmer en zij kregen een verhouding. In 1913 kreeg Walburga een dochter van Rommel, Gertrud. Hij schreef Walburga dat hij graag met en haar en hun kind samen zou willen wonen. Maar hij keerde terug naar Lucie en zij trouwden in 1916. Walburga bleef geloven dat Rommel bij haar terug zou komen. Maar nadat Rommel en Lucie  in 1928 een zoon kregen, Manfred, pleegde Walburga zelfmoord. Rommel vergat zijn dochter echter niet. Zij schreef hem honderden brieven en breide een sjaal voor hem die hij vaak om had aan het front. Gertrud kwam ook bij Rommel thuis. Zijn vrouw Lucie was op de hoogte van de verhouding die Rommel met Walburga had gehad, maar voor zoon Manfred, was Gertrud een nichtje. Gertrud zat aan het ziekbed van Rommel  in Berlijn en zij nam het telefoontje aan van een woedende Hitler die Rommel opdracht geven direct terug te keren naar Afrika. Ook na de dood van Rommel bleef Gertrud nauwe contacten onderhouden met zijn vrouw en zoon.