| |
|
De Sinterklaasmoorden
Op 5 december 1946 werd in het
begin van de avond een pakje afgeleverd bij het huis van de familie Boer
aan de Prinsegracht in Den Haag. Twee mannen op een motorfiets hadden
voorbijgangers gevraagd het pakje bij het bovenhuis af te geven. Het was Sinterklaasavond
en de
familie was opgetogen over het onverwachte pakketje. Het was een langwerpig
houten kistje dat met een touwtje dicht was gebonden. De heer des huizes
maakte het knoopje los en er volgende een enorme explosie. De vader,
F.G.J. Boer was op slag dood. Zij vrouw en de dienstbode raakten zwaar
gewond en overleden korte tijd later in het ziekenhuis. De schoondochter van de familie
sprong aan de achterkant uit het raam. Twee andere aanwezigen raakten
gewond. Door de ontploffing ontstond er brand in de woning.
De bom bestond
uit een fles benzine en een handgranaat en was
gemaakt door twee militairen die in het verzet hadden gezeten. Zij hadden
nog drie andere bommen gemaakt. De bommen waren bedoeld voor personen die volgens
hen fout waren geweest in de oorlog en die naar hun mening onvoldoende berecht
waren. Zij wilden deze
mensen, waaronder Zwolsman, alsnog hun verdiende straf geven. De twee militairen werkten niet
alleen. Waarschijnlijk met instemming van hun commandant, kapitein baron
van Heemstra hadden zij de actie voorbereid. Hun eerste doelwit was de
heer Boer, waarvan zij dachten dat hij twaalf Engelandvaarders had
verraden, die vervolgens door de Duitsers waren gefusilleerd,
Na de aanslag
in Den Haag ging een van de militairen op een motorfiets richting Amsterdam,
op weg naar overste Goedewagen, de commandant van kapitein van Heemstra. De
kapitein kon niet opschieten met zijn superieur. Het is niet duidelijk
geworden of de militair de bom bij de overste wilde te wilde
plaatsen omdat hij dacht dat hij fout was in de oorlog of omdat hij zijn
kapitein een plezier wilde doen. Onderweg
pikte hij nog een lifter op, ook een militair. Waarschijnlijk door het trillen van de motor ontplofte een van de
bommen en de bestuurder en de passagier raakten ernstig gewond. De politie kon
daarop de militairen snel arresteren. Een van hen had gewerkt bij het Bureau
Nationale Veiligheid van de Binnenlandse Strijdkrachten gewerkt. Na opheffing van het BNV
kreeg hij geen baan bij de Centrale Veiligheidsdienst (CVD), de voorloper van de BVD. Men vond de militair niet geschikt. Waarschijnlijk uit frustratie probeerde deze militair tevergeefs de
politie er van te overtuigen dat hij de aanslag had gepleegd in opdracht
van de CVD.
|
|
|