Vergeten Verleden
   


Het Stavisky Schandaal

De Stavisky affaire was een financieel en politiek schandaal dat in 1934 de Derde Franse Republiek op haar grondvesten deed schudden. Twee premiers moesten achtereenvolgens aftreden, het geloof in de integriteit van politici en bestuurders nam sterk en uiterst rechts rebelleerde in de straten.

Sacha Stavisky was in 1886 in een joods gezin in de Oekraïne geboren. In 1899 verhuisde de familie naar Parijs waar zijn vader een tandartspraktijk opende. Stavisky begon al vroeg met allerlei zwendel praktijken, soms samen met zijn grootvader. Na de eerste wereldoorlog was hij onder meer gigolo en handelde hij in cocaïne. Een aantal keren kreeg hij gevangenisstraf. In 1926 lichtte hij een Parijse effectenmakelaar op voor enkele miljoenen francs. Hij werd gearresteerd en hangende de voorbereiding van de rechtszaak werd hij na anderhalf jaar voorlopig vrijgelaten. Stavisky veranderde zijn naam van Sacha in Serge Alexander en pakte nu de zwendel grootscheeps aan. Hij had ontdekt dat in succes uiterlijkheden en invloed een vervangers kunnen zijn voor eerlijkheid en inhoud. Hij richtte een trits nieuwe maatschappijen met bekende personen in de directie. Zij moesten hun naam en sociale status aan het bedrijf geven, maar geen expertise. Investeerders werden zo overgehaald hun geld in zijn bedrijven te stoppen. Een van zijn bedrijven maakte houten koelkasten die geen elektriciteit nodig zouden hebben en daardoor goed waren voor koloniaal Afrika. De koelkasten werkten niet. 
Stavisky fêteerde politici en rechters en kreeg daardoor ondersteuning  Van deze politici werd gezegd: "zij zijn mannen van woorden in plaats van actie, en van ambitie in plaats van idealen ".
Zijn investeerders in een bepaald bedrijf werden betaald door ergens anders een bedrijf op te richten en met het ontvangen geld de eerdere investeerder te betalen. Dit moest een keer fout gaan en dat deed het in 1933.

Stavisky had een de stedelijke bank van lening in Bayonne opgezet met steun van de burgemeester. Hij gaf valse en waardeloze juwelen in onderpand, die vervolgens wel werden getaxeerd alsof ze echt waren. Om het onderpand te kunnen betalen werden obligaties uitgegeven. De minister van arbeid ondersteunde de uitgifte. Eind 1933 konden de eerste obligaties ingewisseld worden, maar er was uiteraard geen geld. De bank werd in staat van beschuldiging gesteld en Stavisky vluchtte eind december naar Chamonix. Op 8 januari probeerde de politie hem te arresteren, en terwijl zij de deur van de kamer forceerden schoot Stavisky zich zelf door het hoofd. Zowel de links als rechtse pers geloofde dit niet en negen van de tien fransen dacht dat Stavisky was vermoord  om te voorkomen dat de namen van medeplichtige politici bekend zouden worden. Na het bekend worden van de fraude met de bank in Bayonne vroeg men zich af hoe Stavisky zo lang zijn gang had kunnen gaan met zijn frauduleuze praktijken. Het leek dat hij beschermd was door invloedrijke personen en door corruptie van politie, rechters en politici. Vooral de uiterst rechtse en antisemitische Action Française riep om bekendmaking van de schuldigen in de regering en overheid. De fascistische Action Française was een zeer autoritaire organisatie die oud strijders verheerlijkte en al jaren schopte tegen de democratische instellingen. De affaire Stavisky was koren op hun molen.
De regering Chautemps van de liberale Radicale Partij weigerde een onderzoek in te stellen en vanaf 9 januari waren er elke dag rellen in Parijs, die steeds ernstiger werden. De Action Française werd ondersteund door een groot aantal uiterst rechtse groeperingen, zoals de Crois de Feu en de Solidarité Française. Op 27 januari trad de regering Chautemps af. Twee dagen later trad een nieuwe regering aan onder Daladier, eveneens van de Radicale Partij. Om de steun van socialisten voor zijn regering te krijgen liet hij de Parijse politieprefect Chiappe arresteren omdat hij uiterst rechtse neigingen had en door de socialisten verdacht werd van betrokkenheid bij de dood van Stavisky. Deze arrestatie vergrootte de woede bij rechts en op 5 februari hield de Croix de Feu een demonstratie in Parijs. De volgende dag, wanneer de regering Daladier geïnstalleerd zou worden wilde de Croix de Feu een grote demonstratie houden tegen het parlementaire stelsel. Ook de communisten riepen op om aan de demonstratie mee te doen. De geruchten dat de regering zwarte soldaten uit Senegal tegen de demonstranten in zou zetten maakte de woede bij rechts nog groter. Op 6 februari verzamelden zich fascistische
groeperingen en een groot publiek aan de kant van de rivier. Aan de andere kant verbonden door een brug lag het parlement. De demonstranten begonnen de politie die de brug bewaakten te bekogelen. Pogingen om de demonstranten uiteen te jagen mislukten. De paarden werden met scheermessen op stokken aangevallen en er werden knikkers onder hun hoeven gegooid. De fascistische groeperingen ondernamen tegen acht uur een aanval op de brug naar het parlement. De politie schoot en er werd teruggeschoten. Omdat de brug niet kon worden veroverd dropen de groeperingen en de demonstranten tegen middernacht af. Er waren 15 doden en ruim 1400 gewonden.
De volgende dag bood de één dag oude regering van Daladier haar ontslag aan. Er werd nu een rechtse regering gevormd onder Gaston Doumerge, een socialisten hater. Petain, de maarschalk uit  de eerste wereldoorlog en collaborateur in de tweede, werd minister van oorlog. De rechtse groeperingen waren tevreden en de demonstraties namen af.

Doumerge liet een onderzoek instellen naar de affaire Stavisky. De rechtse pers wierp zich op de affaire om aan te tonen hoe slecht het gesteld was met de Derde Republiek. De dood van Stavisky is nooit bevredigend verklaard. 
Links Frankrijk vreesde door de demonstraties en de opruiingen door de rechtse pers een staatsgreep. De communisten, die eerst nog mee hadden gedemonstreerd tegen Daladier, moesten in opdracht van Moskou samenwerking met de socialisten. Deze samenwerking was succesvol, ook doordat vele intellectuelen zich tegen de rechtse tendenties opstelden. De samenwerking resulteerde in 1936 in de Volksfront regering onder Leon Blum.

De Stavisky affaire had niet de crisis in de Franse politiek veroorzaakt, maar had wel de zwakte van de derde republiek aan het licht gebracht.