Vergeten Verleden
   


Veenbranden

In de negentiende en begin twintigste eeuw ontstonden regelmatig branden in de veengebieden van Noord Nederland. Vooral na de introductie van stoombaggermachines in het veen kwamen branden vaker voor. Veenbranden werden soms aangestoken om de prijs van turf op te drijven. Bij stakingen voor meer loon staken de arbeiders soms het veen in brand. De herinneringen aan deze branden zijn bijna geheel verdwenen uit het collectieve geheugen. Wellicht omdat er geen veengebieden meer zijn en er geen turf meer wordt gebruikt.

Waarschijnlijk door een vonk uit een baggermachine ontstond op 21 mei 1917 een grote veenbrand in Valthermond (Drenthe). Tussen de veenplaatsen 68 en 96 brandde een vijftigtal huizen af. Er vielen 17 doden, waaronder een in een schip verbrand schippergezin. De totale schade bedroeg   € 400.000. Enkele dagen later werd het rampgebied bezocht door koningin Wilhelmina en prins Hendrik.


Veenbranden ontstonden soms ook door de cultuur van boekweitbranden. Veenpercelen werden aan de oppervlakte afgebrand. In de as van de bovenlaag werd boekweit geteeld. De grote rookwolken van de branden vormden naar huidige begrippen een milieuramp. Het branden was gevaarlijk, vooral in combinatie met de door ontwatering ten behoeve van de ontginning droog geworden veengebieden.