Vergeten Verleden
   


Vergeten politiek geweld in de 20e eeuw

De twintigste eeuw kent honderden oorlogen, burgeroorlogen, opstanden, rebellies  en andere gewelddadige politieke conflicten. Conflicten met grote aantalen slachtoffers kregen altijd aandacht, maar de kleinere verdwenen al gauw uit het nieuws. Ook grote conflicten die tientallen jaren geleden plaats vonden worden nauwelijks meer herinnerd, vooral wanneer deze buiten Europa plaats vonden.
In deze rubriek komen oorlogen, opstanden etc. aan de orde die in Europa weinig beroering hebben veroorzaakt, maar die in de gebieden waar ze plaats vonden diepe wonden hebben geslagen of grote aantallen slechtoffers hebben gemaakt. Sommige van deze conflicten hebben verstrekkende gevolgen gehad.

Het overzicht van vergeten politiek geweld zal regelmatig worden ge-update. 

  • De Mau-Mau rebellie in Kenia 1952-1959
    Na de Tweede wereldoorlog ontstond toenemende verzet tegen het Britse koloniale bestuur. De blanke boeren hadden de beste stukken grond in hun bezit en de Afrikanen moesten het doen met wat overbleef. Vooral de grote Kikuyu stam was getroffen omdat zij uit hun oorspronkelijke woongebieden waren gejaagd.
    Binnen de Kikuyus werd begin jaren vijftig een geheim genootschap gevormd, de FLA, de Land Freedom Army. Alle Keniaanse Afrikanen moesten een eed afleggen dat zij het land terug zouden nemen van de blanke boeren. Afrikanen die de eed niet willen afleggen werden opgruwelijke wijze gedood, evenals diegenen die loyaal waren aan het Britse bestuur. Het genootschap kreeg de bijnaam Mau-Mau. Waar deze naam vandaan komt is niet bekend, maar is waarschijnlijk bedacht door de Britten.
    Op 7 oktober 1952 werd het loyalistische stamhoofd Waruhu vermoord door de Mau-Mau. De Britten kondigden de noodtoestand af en Britse militairen werden naar Kenia gevlogen. uizenden Kenianen werden gearresteerd, waaronder Jomo Kenyatta, hoewel hij geen enkele band had met de Mau-Mau. De aanvallen van de Mau-Mau bleven echter doorgaan.

    De angst onder de blanke boeren steeg, vooral nadat een Europese boer en zijn gezin waren vermoord. Het Brits bestuur ging in de aanval. Afrikanen werden van hun land verwijderd en geconcentreerd in bepaalde gebieden en in z.g. beschermde dorpen, die al gauw overvol raakten. Er werd jacht gemaakt op leden van de Mau-Mau. Militaire eenheden die de meeste Mau-Mau leden doodden kregen een onderscheiding. De handen van de gedode Afrikanen werden afgehakt om identificatie te vergemakkelijken. Dorpen verdacht van Mau-Mau sympathieën werden in brand gestoken en gearresteerden werden gemarteld.
    In operatie Aambeeld in 1954 werden alle Afrikaanse inwoners van Nairobi opgepakt en een deel werd in kampen gestopt, de rest moest verhuizen naar de overvolle gebieden die aan de Afrikanen waren toegewezen. 
    Tussen 1953 en 1956 werden meer dan 1000 Kenianen opgehangen. 

    In 1956 was de Mau-Mau militair verslagen, maar de onrust bleef. Nog 20.000 Kenianen zaten in kampen. In het Hola kamp verbleven de meest overtuigde gevangenen. Op 3 maart 1959 moest een groep van 85 gevangenen uit dit kamp gaan werken, toen zij dit weigerden werden zij op grove wijze mishandeld, met als resultaat 11 doden en 60 zwaar gewonden. Deze "Hola slachting". veroorzaakte veel onrust in Engeland en enkele maanden later werd de noodtoestand ingetrokken en werden alle gevangenen vrij gelaten.

    Meer dan 11.000 Mau-Mau leden waren gedood en sommige rapporten stellen dat 150.000, voornamelijk Kikuyu's stierven in de beschermde dorpen en gebieden ten gevolge van honger en ziekten. De Mau-Mau had 2000 mensen gedood, waaronder 32 Europese burgers en 63 militairen.

    Veranderingen in het politieke systeem werden doorgevoerd in Kenia, waardoor Kenianen de meerderheid kregen in een wetgevende raad. Er werden twee politieke partijen gevormd de KANU (gedomineerd door de Kikuyus) en de KADU (een samenwerkingsverband tussen kleinere stammen). Jomo Kenyatta werd vrijgelaten om leiding te geven aan de KANU. Hij werd de eerste president bij de onafhankelijkheid van Kenia in 1963.
    De Mau-Mau leden profiteerden niet van de onafhankelijkheid, want alle interessante posities gingen naar de goed opgeleide Kenianen die niet aan de opstand hadden meegewerkt.

  • De Madagaskar opstand 1947
    In 1946 werd de Franse kolonie Madagaskar ingelijfd bij Frankrijk. Vertegenwoordigers namen plaats in het Franse parlement. Al snel ontstond een politieke partij, de Mouvement Démocratique de la Rénovation Malgache (MDRM), die binnen het franse systeem werkte. Het streven van de oorspronkelijk bevolking om hun eigen cultuur meer aanzien te geven was sterk.  Twee geheime genootschappen, de Panama (de Malagasische Nationale Patriotten) en de Jiny (naam van een rode vogel), wilden met geweld de onafhankelijkheid verkrijgen. Op Palmzondag kwamen zij in oost Madagaskar in opstand. Er ontstonden verschillend legers van opstandelingen. Soldaten die voor Frankrijk in de Tweede wereldoorlog hadden gevochten gaven vaak leiding.

    De Fransen zonden een leger van 30.000 man om de opstand neer te slaan. Ze executeerden officieren van de opstandelingen  (iedereen met een broek aan was een leider voor de Fransen). Fransen gebruiken martelingen, gedwongen evacuatie van dorpen en verbrandde aarde om de opstand te onderdrukken. Volgens de Franse Hoge Commissaris werden tussen de 90.000 en 100.000 Malagasiërs gedood. Latere gegevens brengen dit aantal terug tot 11.000.
    De opstandelingen waren verantwoordelijk voor de dood van 550 Europeanen en ongeveer 1900 Malagasiërs. In 1949 gaven de laatste opstandelingen zich over.
    De Fransen verboden de MDRM en verbraken alle contacten met nationalisten.
    In 1958 mochten de Malagasiërs hun stem uitbrengen over hun toekomst. Zij kozen voor autonomie binnen de Franse Gemeenschap. In 1960 werd Madagaskar volledig onafhankelijk.
    In de jaren darna zou Madagaskar nog verschillende keren geconfronteerd worden met binnenlands politiek geweld.