Vergeten Verleden
     

Het Zwarte Cahier

Drie weken na de bevrijding, op 30 mei 1945, werd tegen middernacht aangebeld bij de Goudenregenstraat 146 in Den Haag. De bewoner, mr. De Boer deed open en werd direct neergeschoten door een lange man in een donkere regenjas. Zijn vrouw rende naar de deur en zij werd eveneens neergeschoten. Mr. de Boer overleed enkele dagen daarna in het ziekenhuis. Zijn vrouw overleefde de aanval.
Men dacht eerst dat het een van de vele naoorlogse afrekeningen was, waarbij collaborateurs door oud verzetsmensen werden geliquideerd. Maar de zaak lag anders.
Mr. de Boer verdedigde gearresteerden bij de SD. Het laatste oorlogsjaar was hij de tussenpersoon tussen het verzet en de SD chef in Den Haag Munt. Veel mensen wisten dit niet en dachten dat de Boer met de Duitsers heulde.
Een paar maanden voor het einde van de oorlog had mr. de Boer, zonder dat hij dit wist een verrader aanbevolen bij een verzetsgroep. Deze van Hasselt werd door het verzet in de Ursula kliniek in Wassenaar geliquideerd. Een verzetsgroep de Speciale Brigade zag hierin het bewijs dat mr. de Boer samenwerkte met de Duitsers. Enkele leden van de groep, waaronder Tom Wolf en tandarts Hendriks verkondigden meerdere malen dat mr. de Boer ook geliquideerd moest worden. (Tom Wolf komen we ook weer prominent tegen in de zaak Schallenberg , die enkele jaren later speelde.)

De Boer wist veel over de verzetsgroepen in Den Haag. Door zijn vele contacten met het verzet. de politie en met de SD wist hij dat sommige leden uit het verzet ook overvallen pleegden en liquidaties uitvoerden voor persoonlijk gewin. Mr. de Boer zou al deze gegeven hebben genoteerd in een zwart cahier. 

Veel verzetsmensen kwamen na de bevrijding bij de Binnenlandse Strijdkrachten en werden belast met politietaken. Na de moord op mr. de Boer kwam het onderzoek maar traag op gang. De pers maakte nog al veel ophef over het zwarte cahier. Het zou door een Haagse politieagent meegenomen zijn. In werkelijkheid had de politie geen belangstelling voor het cahier en zochten zij er ook niet naar.
Pas nadat de Rijksrecherche zich er twee jaar later mee ging bemoeien kwam er wat schot in de zaak. Verschillende ex-verzetsmensen werden ondervraagd en veel verklaringen wezen in de richting van Tom Wolf als dader van de moordaanslag op mr. de Boer. Tom Wolf vertelde vaak dat hij de moord had gepleegd, maar ook tandarts Hendriks liet zich er op voorstaan. Wolf zou ook een mislukte aanslag gepleegd hebben op ene Batist, wiens vrouw een relatie had met een collega ex-verzetsman van Wolf. Hoewel Batist Wolf herkende werd hij niet vervolgd omdat bleek dat aan de verklaring van Batist een zinnetje was toegevoegd dat Batist Wolf niet herkend zou hebben. 
Wolf leek in elk geval bij kwalijke zaken betrokken te zijn.

Hoewel de Rijksrecherche concludeerde dat Wolf waarschijnlijk de moord op mr. de Boer had gepleegd, ging Justitie in Den Haag niet tot vervolging over omdat men dacht onvoldoende bewijs te hebben. In 1952 werd de zaak zonder resultaat opgesloten.

Het Bureau Nationale Veiligheid, de voorloper van de BVD, had in 1946 in het kader van een onderzoek naar Zwolsman de papieren van mr. de Boer onderzocht. Een medewerkers van de BNV vond wel een cahier maar hij verklaarde dat daar  geen gegevens in stonden over misdragingen van verzetsmensen. Hij nam het cahier mee en het zou daarna in verschillende handen zijn overgegaan. Daarna verdween het spoorloos. Of het cahier een rol speelde in de moord op mr. de Boer blijft onduidelijk.